Gulzigheid…

Ik ben gulzig. Heel gulzig. Ik ben in staat om een half pak cantuccini, mijn lievelingskoekjes, in een paar minuten te verslinden. Zonder enkele terughoudendheid of schaamte.

Alleen daarna, als ik verzadigd ben en de calorieën in mijn lichaam uitbarsten, komt het schuldgevoel naar boven. Mijn voorhoofd wordt nat van woede, voel de vetlaag dikker worden en om alles weer goed te maken, pas ik meteen mijn doelstellingen voor de volgende dag aan met een rigoureus dieet.

Puur hypocrisie, krokodillentranen.

Wat nog erger is, is dat ik de smaak van de cantuccini niet geproefd heb, zo gefocust ben ik om mijn verlangen te vervullen.

Ik had deze gedachten bij mijn vriend Mario, eigenaar van een Grand Café in Amersfoort. Ik krijg van hem altijd een espresso en een koekje. Ja, een cantuccino. En wat doe ik? Omdat ik helaas niet anders kan, beheers ik de duivel in mij; met mijn vingers pak ik zorgvuldig het koekje, alsof het goud is, dat breng ik met respect naar mijn mond en tijdens het bijten, doe ik de ogen dicht om de smaken beter te proeven. Als laatste, in één slok de espresso, vuurwerk voor de smaakpapillen.

Wat een feest! En zonder schuldgevoelens.

Ja: het echte Genot sluit de gulzigheid af.

Herboren en gelukkig…

Als iemand mij vraagt wat mijn favoriete gerecht is van alle lekkernijen in de wereld, dan zou ik moeten kiezen tussen pizza (de echte pizza, la verace pizza Napoletana) en pasta, la pasta in alle vormen en smaken. En als ik dan moet kiezen tussen pizza en pasta, dan zou ik voor pasta gaan. Ja, pasta is uiteindelijk mijn favoriete gerecht.

Ik eet 3 keer per week pasta en probeer de smaak en voedingswaarde te variëren door het gebruik van verschillende ingrediënten voor de saus: vooral seizoensgroenten en verse tomaten, af en toe een beetje vlees of vis zoals verse sardientjes, ansjovisfilets of tonijn.

Wellicht is het grootste geheim en succes van de Italiaanse keuken dat ze feestelijk is. Ik bedoel: jij raakt niet depressief van het eten van een stukje tiramisù! En een stukje pizza? Wat doe je met een bord spaghetti? Aanvallen en gulzig met de mond zuigen, die onvoorspelbare slingertjes en met de tong de saus aflikken van jouw lippen als een ondeugend kind. Het plezier, het genot… het zit in de kleine dingen.

Ik geniet vooral van pasta en de energie van koolhydraten die het geeft nadat ik gefietst heb. Weet je wat een prof wielrenner doet na de wedstrijd? Ja, voor de tv camera drinkt hij een colaatje of een flesje water, maar achter de schermen, in de bus, ineen gekropen van vermoeidheid en in stilte eet hij wat pasta, op smaak gebracht met olijfolie en een paar gram parmigiano. Wat een sport is wielrennen! Eindeloos overleven op het zadel en herboren.

Nou, zo voel ik me ook aan tafel nadat ik mijn kilometers gefietst en alles gegeven heb, als een wielrenner die herleeft na de wedstrijd. Spaghetti op het bord, een strak tomatensausje met extra vergine, een puntje knoflook, basilicum en geraspte kaas voor het melkzuur accent.

Herboren en gelukkig. En het leven, na een piatto di spaghetti als vuurwerk, lijkt nog mooier dan het is.